Baanreglement

    Algemeen

  1. Schietbanen zijn overwegend gelijk qua gebruik. Daar waar er aanvullende, dan wel afwijkende bepalingen zijn, moet dit zijn verwoord in een apart voorschrift.
  2. Behoudens tijdens internationale wedstrijden, dient iedereen die zich op de schietbaan bevindt, de Nederlandse taal in woord en geschrift voldoende machtig te zijn.
  3. Op de schietbaan en de schietpunten is roken en/of open vuur verboden, alsmede is het verboden om onverpakt eten en drinken voorhanden te hebben.

  4. Toezicht

  5. Op iedere schietbaan moet tijdens de uitvoering van schietoefeningen een door het bestuur van de vereniging aangestelde veiligheidsfunctionaris aanwezig zijn. De dienstdoende veiligheidsfunctionaris dient duidelijk als zodanig herkenbaar te zijn.
  6. Instructies van de Verenigings Veiligheidsfunctionaris dienen onvoorwaardelijk te worden opgevolgd.

  7. Betreden van de baanzool

  8. Het betreden van de (schiet)baanzool of delen daarvan mag alleen via de daarvoor bestemde ingang en aanwezige paden geschieden.
  9. Het is verboden om zonder toestemming van de veiligheidsfunctionaris het terrein dat zich bevindt vóór de schietpunten te betreden.

  10. Het commando "STOP, STOP, STOP"

  11. Op een schietbaan is iedereen die constateert dat de veiligheid in gevaar komt verplicht “STOP, STOP, STOP” te roepen en moet als zodanig direct worden opgevolgd.
  12. Na het NOOD-commando “STOP, STOP, STOP” in een acute noodsituatie dienen de schutters het vuren onmiddellijk te staken, de trekker loslaten, het wapen indien mogelijk veiligstellen en met de loop in de richting van de kogelvanger neer te leggen. De schutter dient vervolgens een stap naar achteren te doen en worden er geen handelingen meer aan wapens en munitie verricht. Iedereen dient te wachten op een navolgend commando of aanwijzing van de VVF. Het NOOD-commando kan door iedereen gegeven worden.
  13. Uitsluitend op bevel van de veiligheidsfunctionaris mag het wapen worden gehanteerd, het vuren worden hervat of het wapen worden ontladen.

  14. Gehoor- en oogbescherming

  15. Op schietbanen waar met vuurwapens wordt geschoten moet elke daar aanwezige persoon tijdens de schietoefeningen gehoorbeschermende middelen dragen.
  16. Afhankelijk van de discipline (in het bijzonder bij de dynamische disciplines) dienen oogbeschermende middelen te worden gedragen door de schutters.

  17. Munitie

  18. Alleen die munitie mag worden gebruikt die is toegestaan in enige, door de KNSA gereglementeerde of erkende discipline. Bovendien is het slechts toegestaan herladen munitie te gebruiken, indien is herladen volgens de bijbehorende herlaadtabellen en indien de minimale en maximale kruitladingen niet zijn overschreden.

  19. Hanteren van wapens

  20. Een wapen moet altijd zodanig behandeld worden alsof het geladen is.
  21. De loop van het wapen (monding) moet altijd in de veilige richting (namelijk naar de kogelvanger of veilig gebied) gehouden worden.
  22. Niemand mag het wapen van een ander aanraken; dit mag uitsluitend worden opgepakt na uitdrukkelijke toestemming hiertoe van de eigenaar.
  23. Een wapen oppakken ten behoeve van schietoefeningen (training) achter de schutters is altijd verboden.
  24. Tijdens het schieten mag een schutter, met uitzondering van de daartoe bevoegde baanofficials, niet worden gestoord.
  25. Beginnende schutters mogen uitsluitend schieten onder begeleiding van een daartoe bevoegde persoon.
  26. Na het schieten moet het wapen en magazijn(en) worden ontladen en opgeborgen.
  27. Indien van toepassing dient vóór aanvang van het schieten, de zandkogelvanger stofvrij te zijn gemaakt en gecontroleerd te zijn op ricochetgevaar.
  28. Er mag uitsluitend geschoten worden vanuit de schietpunten voor de desbetreffende discipline.
  29. Op het schietpunt mag zich alleen de schutter bevinden; een uitzondering daarop kan worden gemaakt voor toezicht door een daartoe bevoegd persoon.
  30. Bij weigering van een schot moet het wapen 60 seconden met de loop (monding) in de richting van de kogelvanger of veilig gebied worden gehouden.
  31. Zodra het signaal “STOP VUREN”  hetzij mondeling, hetzij door middel van een geluidssignaal (fluit) of door middel van een lichtsignaal door de veiligheidsfunctionaris is gegeven, dienen de schutters onmiddellijk het vuren te stoppen en bij het commando “ONTLADEN” onmiddellijk hun wapens volgens de procedures te ontladen.
  32. Het ontladen van wapens mag uitsluitend geschieden met de loop in de richting van de kogelvanger of veilig gebied.
  33. Het is verboden een geladen wapen uit de hand te leggen, met uitzondering van noodsituaties (zie 4.9).
  34. De VVF ziet er op toe dat elk wapen dat het schietpunt verlaat, gecontroleerd wordt op “ontladen”.
  35. Het is niet toegestaan met een onverpakt wapen de schietbaan te verlaten.
  36. Het is verboden wapens onbeheerd op de schietpunt achter te laten.